Eind oktober beginnen leerlingen vaak zelf over Halloween. Ze kennen de pompoenen en de verkleedkleren, en een paar Engelse woorden hebben ze al opgevangen uit series of games. Dat is een goed moment voor een korte les rond tien woorden. Zoek je werkbladen Engels voor groep 7 of groep 8, of voor het vijfde en zesde leerjaar, dan vind je hieronder een les van 30 tot 45 minuten voor de week voor Halloween.
Wat je klaarlegt
Je hebt het werkblad uit de set Halloween in het Engels nodig, één per leerling of één per duo, en het antwoordblad. Het werkblad is een pdf van zes pagina's met zes oefeningen op dezelfde woorden. Voor deze les gebruik je alleen de eerste oefening en een eigen schrijfopdracht. De rest bewaar je voor later.
- Woorden hardop: 5 tot 10 minuten.
- Eerste oefening in duo's: 10 minuten.
- Zelf een zin schrijven: 10 minuten.
- Samen nakijken: 5 tot 10 minuten.
Heb je maar een half uur, dan houd je elk deel kort. Heb je 45 minuten, dan laat je aan het eind meer zinnen voorlezen.
Stap 1: de woorden hardop
Begin zonder papier. Zet de woorden uit de set op het bord of op het scherm, zoals pumpkin, ghost, witch, bat en spider. Zeg ze één voor één voor. De klas zegt ze na. Twee keer samen is genoeg. De derde keer laat je een paar leerlingen alleen spreken.
Let op klanken die anders zijn dan in het Nederlands. Bij witch begint de Engelse w met ronde lippen, bijna als een korte oe. Veel kinderen zeggen een Nederlandse w. Doe het even overdreven voor, dan horen ze het verschil. Bij skeleton en vampire ligt de klemtoon op de eerste lettergreep. Ook dat mag je even aandikken.
Vraag daarna in het Nederlands: welk woord kende je al, en waar heb je het gehoord? Dat duurt twee minuten. Je weet dan meteen wat de klas al kent.
Stap 2: de eerste oefening in duo's
Zet de leerlingen per twee. Eén leerling leest het woord hardop, de ander geeft het antwoord. Bij elk nieuw item wisselen ze. Zo spreekt iedereen, ook wie in de klas liever stil is.
Loop rond en luister vooral. Hoor je dat een duo een woord steeds verkeerd uitspreekt, zeg het dan even voor en loop door. Verbeter niet alles. Tien minuten is kort, en het doel is dat ze de woorden vaak horen en zeggen.
Een duo dat snel klaar is, legt het blad omgekeerd en noemt om de beurt zo veel mogelijk woorden zonder te kijken.
Stap 3: zelf een korte zin schrijven
Schrijf een voorbeeldzin op het bord: The witch has a black spider. Wijs de delen aan: wie, heeft, wat. Laat zien dat het bijvoeglijk naamwoord, hier black, net als in het Nederlands voor het zelfstandig naamwoord staat. Het verschil: in het Engels verandert het nooit. Je zegt a black spider en two black spiders, nooit iets als blacke.
Elke leerling schrijft nu één of twee eigen zinnen met minstens één woord uit de set. Wie wil, gebruikt een kleur. Een rijtje kleuren op het bord helpt, of je neemt er de set Kleuren in het Engels bij. Dit zijn de fouten die je het vaakst zult zien:
- has en have: bij één persoon of ding is het has. Dus The vampire has, niet The vampire have.
- a en an: voor een klinkerklank wordt het an, zoals in an orange pumpkin.
- meervoud: de s komt achter het zelfstandig naamwoord, niet achter de kleur. Dus two white ghosts.
Wil je de plaats van het bijvoeglijk naamwoord later nog eens oefenen, dan staat de regel uitgelegd bij bijvoeglijke naamwoorden in het Engels, met voorbeeldzinnen op drie niveaus.
Stap 4: samen nakijken met het antwoordblad
Geef elk duo het antwoordblad, of zet het op het scherm. Ze kijken eerst elkaars eerste oefening na. Een fout omcirkelen ze, maar ze verbeteren hem niet meteen. De leerling die de fout maakte, zegt zelf wat het had moeten zijn.
De zinnen staan niet op het antwoordblad. Die kijk je samen na. Vraag drie of vier leerlingen hun zin voor te lezen. Schrijf er een paar op het bord, ook een met een fout erin, zonder naam erbij. De klas zoekt wat er niet klopt. Zo leert de hele groep van één zin.
Het werkblad gaat daarna in de map. De andere oefeningen zijn geschikt voor een herhaling twee of drie dagen later. Herhalen werkt beter als er tijd tussen zit dan wanneer je alles op één dag doet.
Een variant voor sterkere leerlingen
Sommige leerlingen hebben de eerste oefening in vijf minuten af en schrijven drie zinnen terwijl anderen er één schrijven. Geef hen iets extra, zodat ze niet gaan wachten.
- Langere zinnen: laat ze twee zinnen verbinden met and of but, zoals The witch has a black spider, but she has no crystal ball.
- De online oefeningen: op een laptop of tablet maken ze de zes oefentypes van de set. Ze krijgen per vraag meteen feedback en op het eind een overzicht van wat fout ging, met een korte extra ronde met alleen die woorden.
Zo werkt een kleine groep zelfstandig terwijl jij bij de rest van de klas blijft. Werkt je school met een abonnement, dan zie je in het klasdashboard wie geoefend heeft en wat vaak fout gaat. Dat is handig om de herhaling later in de week voor te bereiden.
Print vandaag het werkblad en het antwoordblad, en schrijf The witch has a black spider al op een hoek van het bord. Dan staat de les klaar voor de week voor Halloween.